back
05 / 06

#415 Plantinga’s Evolutionistisch Argument tegen het Naturalisme

May 16, 2015
Q

Dr. Craig,

Ik heb een vraag over Alvin Platinga’s Evolutionistisch Argument tegen het naturalisme. Hij betoogt, denk ik, dat de kans dat mijn cognitieve vermogens betrouwbaar zijn (B) gegeven dat naturalisme en evolutie (N & E) waar zijn, laag of verwaarloosbaar zijn. En dat bovendien, als ik accepteer dat P (B / N & E) laag of verwaarloosbaar is, ik dan daardoor elke overtuiging die door mijn vermogens geproduceerd is ontkracht, waaronder N & E.

Ik vond dit argument nu al vele jaren (bijna zeven in totaal) overtuigend. Maar onlangs is het bij me opgekomen dat de gevolgtrekking van "de P (B / N & E) is laag of verwaarloosbaar" tot "Daarom heb ik een middel om N & E te ontkrachten" vergelijkbaar kan zijn aan het afleiden van: "de kans dat mijn overtuigingen daadwerkelijk betrouwbaar zijn laag of verwaarloosbaar is in het geval dat Descartes 'Demon bestaat "tot" “daarom heb ik een manier om de overtuiging dat Descartes' Demon bestaat te ontkrachten”.

Als Descartes ' Demon bestond, dan zou ik een reden hebben om elke overtuiging die ik tot dan toe gehouden heb te betwijfelen (behalve, volgens Descartes, dat ik besta), want hij is me misschien aan het bedriegen, nietwaar? Maar hoe zit het met de overtuiging dat Descartes' Demon bestaat? Zo'n demon zou me onterecht kunnen verleiden tot het geloof dat hij niet bestaat, maar hij zou me er niet ten onrechte toe kunnen verleiden te geloven dat hij *wel* bestaat. Het lijkt er dus op dat wanneer ik het bestaan van Descartes' Demon overweeg, dit me ertoe zou kunnen brengen aan de betrouwbaarheid van al mijn andere overtuigingen te twijfelen, maar hoe zou het me tot de twijfel aan het bestaan van de demon zelf kunnen brengen, immers als er geen demon zou zijn, dan zou er (uiteraard) geen demon zijn om me te verleiden.

Op dezelfde manier geldt misschien, dat als N & E waar zijn, het me ertoe zou brengen aan al mijn andere overtuigingen te twijfelen, maar niet aan N & E zelf.

Hoe moeten we dit begrijpen? Denkt u dat deze gevallen vergelijkbaar zijn? Ik ben bekend met een aanzienlijk gedeelte van Plantinga's gepubliceerde werk en ik heb hem dit argument ten minste twaalf keer zien presenteren via Youtube (en één keer persoonlijk) en ik kan me niet heugen dat ooit dit bezwaar geuit werd. Ik ben zeer geïnteresseerd te horen wat u te zeggen hebt, want ik weet niet zeker hoe ik hierop zou moeten reageren.

Joe

Verenigde Staten

Netherlands

Dr. craig’s response


A

Plantinga’s Argument is bedoeld om te laten zien dat het evolutionistisch naturalisme niet rationeel bevestigd kan worden. Het kan waar zijn, maar het kan als zodanig niet rationeel bevestigd worden. Hier is hoe hij het argument formuleert in zijn recente: ‘Where the Conflict Really Lies’ (Oxford University Press, 2011, pp 344-5.):

1. P (B | N & E) is laag.

(De kans dat onze cognitieve vermogens betrouwbaar zijn, gegeven het evolutionair naturalisme, is laag.)

2. Iedereen die N & E (gelooft) en ziet dat P (B | N & E) is laag heeft een manier om B te ontkrachten.

(Iedereen die in evolutionair naturalisme gelooft en ziet dat (1) waar is, heeft een manier om aan te nemen dat onze cognitieve vermogens onbetrouwbaar zijn.)

3. Wie een manier heeft om B te ontkrachten heeft een manier om de betrouwbaarheid voor enig ander geloof te ontkrachten dat hij denkt te hebben, met inbegrip van N & E zelf.

(Iedereen die een manier heeft om de betrouwbaarheid van de overtuiging dat zijn cognitieve vermogens te weerleggen zijn, ontkracht hiermee elk ander geloof dat hij heeft.)

4. Indien iemand N & E accepteert doet diegene daarmee een manier op, om N & E te ontkrachten, N & E is in strijd met zichzelf en kan niet rationeel worden aanvaard.

(Als iemand die in evolutionair naturalisme gelooft hierdoor het evolutionair naturalisme onderuit haalt, dan is het evolutionair naturalisme zelfvernietigend en kan niet rationeel worden geloofd.)

Conclusie: N & E kan niet rationeel worden aanvaard.

(Evolutionaire naturalisme kan niet rationeel worden geloofd.)

Het grootste deel van de bespreking van Plantinga’s betoog draait om (1). Je bezwaar, Joe, is ongebruikelijk in de zin dat het stelling (3) aanvecht. Je zegt dat net zoals men niet misleid kan worden te denken bedrogen te worden door een kwade demon, iemand niet misleid kan worden te denken dat evolutionair naturalisme waar is.

Hier is mijn kijk op je bezwaar: Stelling (3) laat niet zien waarom iemands cognitieve vermogens onbetrouwbaar zijn. Het stelt alleen dat als men denkt, om wat voor reden dan ook, dat iemands cognitieve vermogens onbetrouwbaar zijn, iemand geen vertrouwen kan hebben in al het andere dat hij gelooft. Datgene wat het ontkracht kan van alles zijn, zoals het geloof dat iemand een brein in een vat is, of dat iemand droomt, of dat iemands overtuigingen gericht zijn op overleving, of wat dan maar. Het punt is dat als je echt denkt dat je vermogens onbetrouwbaar zijn, je voor niet één van je overtuigingen op ze kunt rekenen.

Je bezwaar, Joe, lijkt neer te komen op dat het geloof dat "Een kwade demon bestaat" zeer waarschijnlijk is ten opzichte van het feit dat mijn overtuigingen gevormd zijn door een kwaadaardige demon. Maar dat is een triviale waarheid. Hetzelfde gaat op voor de overtuiging dat naturalistische evolutie waar is -dat is zeer waarschijnlijk als naturalistische evolutie mijn geloof gevormd heeft- en even triviaal. Het punt blijft dat ik nooit een goede reden zou kunnen hebben om te denken dat ik misleid ben door een kwaadaardige demon.

Wat je misschien over het hoofd gezien hebt is dat een manier om iets te ontkrachten niet hoeft aan te tonen dat de verklaring waarop deze gericht is, onjuist is. Er zijn weerleggende manieren om iets te ontkrachten en ondermijnende manieren. Een weerleggende manier laat zien waarom het aangevochten statement onjuist is. Een ondermijnende manier neemt elke rechtvaardiging weg voor de opvatting dat het aangevochten statement waar is. In het argument van Plantinga draait het allemaal om de ondermijnende manier. Je toont niet aan waarom de Cartesiaanse demon hypothese of het evolutionair naturalisme onjuist zijn; je toont enkel aan dat we geen waarborg kunnen hebben voor het geloven in een Cartesiaanse demon of evolutionair naturalisme. [1]

Aantekeningen

[1] Tijdens mijn verblijf in Engeland, kreeg ik de volgende opmerkingen van Lydia McGrew, die te laat kwamen om op te nemen in mijn antwoord:

"Plantinga zou kunnen antwoorden dat er een verschil is tussen het argument van de Cartesiaanse scepticus en zijn argument op dit gebied: De cartesiaanse scepticus hoeft niet te beweren dat een Bedrieger *echt* bestaat of dat we *gerechtvaardigd* zijn te geloven dat een Bedrieger bestaat. De Cartesiaanse scepticus beweert dat het probleem in de loutere _mogelijkheid_ ligt dat de Bedrieger bestaat. In theorie zou de Cartesiaanse scepticus een solipsist kunnen zijn die zichzelf beschouwt als iemand die enkel filosofische argumenten in zijn hoofd genereert voor zijn eigen vermaak. Hij hoeft niets te beweren over de wereld buiten zijn eigen hoofd, als uitgangspunt voor zijn betoog.

"Dit zou de reactie van de Cartesiaanse scepticus moeten zijn op een zichzelf ontkrachtend argument, niet degene die jij [Joe] hem voorstelt: 'Het lijkt dus dat wanneer ik het bestaan van Descartes Demon overweeg, dit me aan het twijfelen kan brengen over de waarheid van al mijn andere overtuigingen, maar hoe zou ik kunnen twijfelen aan het bestaan ​​van de demon zelf, want als er geen demon geweest zou zijn, dan zou er (uiteraard) geen demon zijn om me te verleiden.’ In plaats daarvan zou de Cartesiaanse scepticus moeten zeggen, ' Ja, natuurlijk twijfel ik aan het bestaan ​​van de Bedrieger. Ik twijfel aan het bestaan ​​van alles buiten mijn eigen hoofd. De mogelijkheid van een Bedrieger betekent dat ik ook niet gerechtvaardigd zou kunnen zijn in mijn overtuiging dat de Bedrieger zelf bestaat, dus? Weet je, ik ben eigenlijk niet echt aan het betogen dat de Bedrieger bestaat. Ik ben gewoon aan het betogen dat ik niet gerechtvaardigd ben te geloven in het bestaan van de wereld om me heen. '

"De naturalist moet met duidelijke sluitende, positieve stellingen komen, zoals: dat de wetenschap succesvol werkt zonder iets bovennatuurlijks aan te roepen, dat wetenschappelijke vooruitgang heeft plaatsgevonden, en dergelijke. Dit zijn meestal de soorten stellingen die de naturalist zal gebruiken om empirisch bewijs aan te leveren dat het naturalisme waar is. Op zijn minst moet de naturalist geloven dat de externe wereld bestaat, dat de wetenschappelijke instrumenten echt bestaan, dat de wetenschappelijke artikelen die hij leest, echt bestaan, dat die de experimenten ook echt beschrijven, enzovoort. Dus over het algemeen moet de naturalist zich committeren aan veel meer duidelijke, positieve stellingen dan de Cartesiaanse scepticus. "(Persoonlijke communicatie, 13 maart 2015)

- William Lane Craig